OMMEN - Vrijwilligers maken het verschil. Zij zijn de olie in de motor van de samenleving, waarvoor zij zich vrijwel belangeloos inzetten. Om deze groep mensen in het zonnetje te zetten, heeft het Vrijwilligerssteunpunt Ommen 'De Vrijwilliger van de maand' in het leven geroepen.
"Leren van elkaar"
De van oorsprong Groningse Ingrid is al lange tijd geïnteresseerd in culturele verschillen en dit is voor haar de reden geweest taalcoach coördinator te worden voor Humanitas in Ommen. De intentie van het taalcoachproject is om een geïmmigreerd persoon te ondersteunen bij het praktiseren van de Nederlandse taal. Echter snijdt het mes aan twee kanten en dat is de voornaamste reden dat Ingrid haar verhaal aanstekelijk enthousiast wist te vertellen. “Vrijwilliger zijn voor het taalcoachproject maakt je zoveel rijker. Je leert er echt enorm veel van. Als vrijwilliger van dit project kom je in contact met nieuwe culturen en leer je Nederland (en ook Ommen) bekijken door een andere bril. De kleine dingetjes die we hier voor lief nemen en als normaal ervaren, zijn voor de geïmmigreerde persoon soms alles behalve normaal.”

Ingrid vergelijkt haar werkzaamheden met die van een relatiebemiddelaar. Ze probeert een goede match te vinden tussen een vrijwilliger en allochtoon en soms kunnen hier hechte vriendschappen uit ontstaan. Door samen te erkennen dat basale dingen zoals het uitlaten van een hond, voor een ander een vreemde gebeurtenis kan zijn, wordt je als Nederlander soms ook weer even met de voeten op de grond gezet. “Laatst heb ik iemand begeleid die zich afvroeg of ik ook met dieren kon praten. Mijn ‘taalmaatje’ zag ooit iemand een hond uitlaten en deze persoon sprak zijn hond toe. De hond reageerde erop en daarom veronderstelde mijn maatje dat Nederlanders ook met dieren konden praten. Hiermee merk je dat er echt een immens verschil is tussen culturen en de beleving van voor ons normale zaken. Maar hiermee is de kous nog niet af. Vervolgens stond ik voor de taak om dit verschil in communicatie met mensen of met dieren maar eens goed uit te leggen en dat was zeker niet eenvoudig.”
Ingrid erkent dat het werk ook zwaar kan zijn. “Soms begeleid je mensen met een traumatisch verleden. Ik hoef in het kader van taalcoaching niet alles te weten want dat kan soms erg persoonlijk en emotioneel zijn. Hier in Nederland trachten deze mensen een nieuwe start te maken en dus kijken we als taalcoaches liever met de deelnemers vooruit. Al vragende word je wijzer in de maatschappij. Het is niet alleen de deelnemer die vragen stelt over sommige dingen, taalcoaches doen dat net zo goed. Zo leer je zelf ook de cultuur van de ander te begrijpen.”
Hoe een voorstelling levend wordt, figuurlijk gesproken dan…
“Tinnen figuren, dat is toch met die soldaatjes?” Nee dus, er blijkt veel meer te zijn. Quint Tempelman, sinds een jaar of acht werkzaam als vrijwilligster bij het Tinnen Figuren Museum in Ommen, kan er uren over vertellen, en waarom het niet alleen over soldaatjes gaat.
(foto: slag om Ane)
“Dat was ook mijn eerste gedachte, zo’n acht jaar geleden” aldus Quint: “Ik bezocht een schildermiddag, en blijkbaar was ik zo enthousiast bezig dat een medewerkster van het museum dit opviel. Ik werd gevraagd om mee te helpen als vrijwilligster. En je raadt het al: ik heb ‘ja’ gezegd!” Al snel werd het Quint duidelijk dat de soldaatjes maar een klein onderdeel zijn van het museum. Prachtige diorama’s worden afgewisseld met miniatuurtjes van alledaagse gebeurtenissen, al dan niet uit vroegere tijden. 
(foto: tin gieten)
De werkzaamheden van Quint bestaan onder andere uit het rondleiden van bezoekers, kassawerkzaamheden en administratieve werkzaamheden. “Het contact met gasten vind ik erg leuk, met name de individuele en persoonlijke beleving. Ik verdiep me in de figuren die we tentoonstellen, maar ook in de kunstenaar die het gemaakt heeft en uiteraard in de verhalen achter en in de voorstellingen. Het verhaal achter de vaste expositie kan ik onderhand wel dromen, zonder dat het saai begint te worden hoor! Voor de afwisseling hebben wij ook wisselexposities. Zo hebben we een expositie over Lord of the Rings gehad, en staat er nu een tentoonstelling over de Duitse schilder Spitzweg. Van de originele schilderijen van Spitzweg zijn door Peter Scheuch schitterende meesterwerkjes gemaakt in prachtige diorama’s.
Aan enthousiasme ontbreekt het Quint duidelijk niet. “Thuis ben ik uren bezig met het ontdekken van de geschiedenis en de trends in het gieten van tinnen figuren. Ook loop ik vaak rommelmarkten af op zoek naar kostbare pareltjes. Zo vond ik voor zes euro een Brittain soldaatje in een speciale geschenkverpakking. Mensen in het museum hier vertelden mij dat ik een uniek figuurtje had gevonden, en dat de waarde ver boven de zes euro lag die ik ervoor had betaald.” Maar zoals gezegd zijn het niet de figuren alleen die de interesse van Quint hebben: “De gouden koets, één van de blikvangers van het museum, blijkt een erg boeiend verhaal te hebben. De geschiedenis, het maken en het gebruik van deze koets spreken enorm tot mijn verbeelding”. 
(foto: rondleiding)
Tijdens de rondleidingen die Quint geeft, vindt ze het belangrijk dat de nadruk ligt op de interactie met de bezoekers: “Het is belangrijk dat de bezoekers betrokken zijn bij hetgeen ik ze laat zien. Vragen van gasten zijn dan ook meer dan welkom. Op de meeste vragen heb ik een passend antwoord. En als er vragen komen die zelfs ik niet weet, dan ga ik mij verdiepen in de materie. Het is hier geen museum waar je alleen maar mag kijken, we geven bijvoorbeeld ook demonstraties. Zo demonstreren wij het gieten van figuren en is het mogelijk om zelf figuren te beschilderen. Ik merk dat mensen daardoor meer betrokken raken bij de beleving die wij als museummedewerkers hebben. Sommige mensen zijn soms zo enthousiast dat ze zich even later opgeven als vrijwilliger van het museum.”
Emmie Oudejans, het beste paard van stal
(door Bettus Martens)
Wie zijn kind graag met dieren in aanraking laat komen is helemaal op zijn plek op stadsboerderij De Mars. Kijken, voelen, aaien, verzorgen of voeren, het is er allemaal mogelijk. Een plek waar u als bezoeker alleen de lusten en niet de lasten ervaart die bij het houden van dieren komen kijken. En dat maakt de stadsboerderij uniek en onmisbaar in Ommen. Al zeventien jaar lang, gedragen en mogelijk gemaakt door een dertigtal vrijwilligers en hun enorme inzet. In deze aflevering van ‘De vrijwilliger van de maand’ een gesprek met Emmie Oudejans. Sinds de start voorzitter en coördinator van het hele gebeuren.
Op de vraag wat eigenlijk het doel is van een kinder/stadsboerderij valt het eerst even stil. Niet omdat er geen antwoord op te vinden is, blijkt al snel, maar omdat er gewoonweg te veel antwoorden zijn: “Bezoekers komen hier met dieren in aanraking. Dat lijkt heel gewoon, en dat is het hier ook wel, maar bij ons kunnen bezoekers zonder verplichtingen toch de schoonheid en liefde van dieren ervaren die soms thuis niet mogelijk is”, aldus Emmie. “En niet alleen het leuke van dieren is belangrijk voor bezoekers, ook komt er een stukje educatie bij kijken. Advies over het houden van dieren tot het knippen van de nagels van een konijn van een bezoekertje. Wij kunnen als stadsboerderij een laagdrempelige voorlichting geven. Het houden van dieren staat onder grote druk. Soms komt het voor dat er in het gezin van de bezoekers geen huisdieren aanwezig kunnen zijn door bijvoorbeeld allergieën, ruimte en tijdsgebrek. Bij ons kunnen die kinderen dan geheel vrijblijvend en in hun eigen tijd bij ons op bezoek.” Een ander belangrijk doel van De Mars is dat het steeds meer fungeert als ontmoetingsplek voor Ommenaren. De kinderen vermaken zich tussen de dieren en in de speeltuin terwijl de ouders gezellig een babbeltje kunnen maken.
Als coördinator is het de taak van Emmie om de juiste mensen op de juiste plaats te krijgen. “Het bijzondere aan de stadsboerderij is dat het geheel wordt gedragen door vrijwilligers. Wat ik zo mooi vind is dat al deze mensen een enorm verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Het komt zelden voor dat ik moet invallen omdat iemand op het laatste moment haar taken niet kan vervullen.” De vrijwilligers geven zelf aan hoeveel tijd ze kwijt willen aan de stadsboerderij: “Er zijn mensen die wekelijks een middag meedraaien, anderen eens per maand. Ook de speciale activiteiten worden vaak weer door anderen gedaan, er zijn mensen die de boodschappen halen, anderen bekleden weer bestuursfuncties.”
Naast het coördineren is Emmie erg druk met het bijeen schrapen van geld en sponsoren om het financiële plaatje rond te krijgen. De Juniorkamer en de Rotary Club hebben bijvoorbeeld met het Vechtdalconcert tienduizend euro opgehaald. “Van dit geld hebben we onder andere een mestplaats gerealiseerd. Nu kunnen we onze mest zelf opvangen en na een jaar verkopen als compost voor de tuin. Naast deze financiële bijdrage is er door deze organisaties ook de expertise toegezegd op het gebied van het vergaren van geld. Wij zijn daarvoor dan ook erg dankbaar!”
“Graag zouden wij in de toekomst volledig aan het keurmerk willen voldoen zoals de Stichting Kinderboerderijen Nederland deze voorschrijft. We voldoen al aan heel veel eisen, zoals de mestplaats. Een aantal belangrijke onderdelen zoals een kleedruimte en sanitaire voorzieningen voor de vrijwilligers missen we nog. Maar daar is simpelweg geen geld voor.” Een andere grote wens van de stadsboerderij is om een ruimte te realiseren voor educatieve doeleinden: “We zouden graag onderdeel worden van lesprogramma’s op bijvoorbeeld basisscholen in Ommen. Nu komen er wel veel kinderen, maar het is allemaal nog erg vrijblijvend. Praktijkvoorbeelden werken toch vaak beter dan de theorie.” Voor Emmie en haar vrijwilligers nog redenen genoeg om zich ook de komende jaren in te zetten voor stadsboerderij De Mars.
Henk, een man in beweging
Door: Bettus Martens
Waar het hart vol van is, loopt deze van over. Henk Kampman, de vrijwilliger van de maand november, heeft zijn hart verpand aan bewegen. Een bewogen gesprek met een bevlogen man.

Henk Kampman in gesprek met Bettus Martens
Sinds begin jaren ’50 is hij actief bezig bij de Gymnastiek Vereniging Ommen, de GVO. Als jong ventje was Henk niet bang en had hij moeilijke oefeningen al vrij snel onder de knie. Hij ontwikkelde zich als een niet onverdienstelijke gymnast die het zelfs halverwege de vijftiger jaren schopte tot Overijssels kampioen en op een haar na het Nederlands Kampioenschap miste. Later werd hij trainer bij GVO en heeft hij honderden pupillen klaargestoomd voor wedstrijden, kampioenschappen en uitvoeringen.
Maar die gouden tijden zijn voorbij. Henk begeleidt nog wel gymnasten, maar dit zijn meer mensen van zijn eigen leeftijd. “De jeugd moet jonge mensen hebben die ze begeleidt, mensen die op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en mensen die qua beleving dicht bij ze staat” aldus Henk. Toch hebben de ontwikkelingen binnen de sport wel zijn aandacht: “Afgelopen WK-turnen in Rotterdam kon ik het niet laten om toch met wat familieleden een dagje te gaan kijken”.
Vooral mensen met een tegenslag op medisch gebied zijn nu de doelgroep geworden. “Tien jaar geleden zijn wij begonnen met HIB, Hart in Beweging. Mensen die een hartaandoening hebben gehad leren bij ons gezond bewegen. Deze groep mensen heeft niet alleen lichamelijk een flinke klap te verduren gehad, maar ook psychisch. Ze moeten weer leren om te durven bewegen”. Maar niet alleen het bewegen is belangrijk volgens Henk: “Mensen moeten weer leren om te ontspannen. Lekker dollen, sociale contacten opdoen en niet wegkruipen in hun kamer. Je ziet de cursisten vaak genieten alsof ze weer kind zijn.”

Henk met zijn HIB-groep
HIB gebeurt zeer zeker niet op een amateuristisch niveau: “We werken volgens het protocol van de Hartstichting: Deze groep cursisten vraagt een verhoogt veiligheidsaspect. Gelukkig is het er nog nooit van gekomen, maar mocht er met één van de mensen wat gebeuren, dan liggen de draaiboeken klaar. Hierin staat bijvoorbeeld precies de procedure over het opvangen van de ambulance of het ontfermen over de overige cursisten”.
Naast het werk in Ommen is Henk ook actief in de gemeente Hardenberg. In Lutten, Gramsbergen en Heemse worden ook gymnastieklessen gegeven. Ook hier groepen met beperkingen: “In Heemse zijn we gestart met gymlessen voor mensen met Parkinson. Deze mensen vragen weer een hele andere benadering dan bijvoorbeeld de ex-hartpatiënten.” Halverwege november start Henk als instructeur voor een groep mensen met suikerziekte. “In samenspraak met bijvoorbeeld een diëtiste bedenken we daarvoor een afgestemd lesprogramma. We hopen te bereiken dat mensen door meer en gestructureerd te bewegen wat minder medicamenten hoeven te nemen”.
Ach, en dit is nog maar een fractie van het vrijwilligerswerk dat Henk doet. Tussen neus en lippen door verteld hij dat hij ANWB-consul is, jaarlijks een tijdrovende klus uitvoert voor de Bissingh, een programma in elkaar heeft gezet voor slachtofferhulp in Haïti, enzovoorts, enzovoorts. Misschien ook wel begrijpelijk: Iemand die gymnastiek als voornaamste bezigheid in zijn leven heeft kan onmogelijk veel stilzitten.
Matanat, een wereldvrouw
door Bettus Martens
OMMEN – Vrijwilligers zijn de olie in de motor van de samenleving, waarvoor zij zich vrijwel belangeloos inzetten. Om deze groep mensen in het zonnetje te zetten, heeft Ommen Leeft TV samen met het Vrijwilligerssteunpunt Ommen de Vrijwilliger van de Maand in het leven geroepen.
De eerste die de eer heeft om vrijwilliger van de maand te zijn Matanat Nazaralijeva als Vrijwilliger van de maand oktober. 
Als vluchteling uit Azerbeidzjan met een verblijfsstatus, belandde Matanat in 2003 na een omzwerving van drie jaar, en langs vele opvangcentra, in Ommen. Inburgering en taalcursussen ten spijt, Matanat wilde de taal en de gewoontes die wij hier zoal kennen nog beter begrijpen. Ze zocht naar manieren om hier een invulling aan te geven. “Een moeder van een klasgenootje van mijn dochter vroeg mij of ik belang had om me aan te sluiten bij Wereldvrouwen”, aldus Matanat: “Deze organisatie brengt buitenlandse vrouwen die in Ommen wonen met elkaar in contact. Op deze manier leren wij elkaar kennen, maar ook de taal. Niet elke vrouw in onze club heeft dezelfde moedertaal. Nederlands is dus de enige taal die wij allemaal spreken”.
Nathalie Reinstra, één van de oprichtsters van Wereldvrouwen bevestigt dit beeld: “Matanat zit in de werkgroep en organiseert van alles om de vrouwen dichter bij elkaar te brengen. Elke maand gaan we een keer samen koken, soms gaan we gezellig uit of spelen we spelletjes. Op deze manier bouwen de vrouwen een band op. Het is belangrijk als je bekenden en vrienden tegenkomt in de stad en een vriendinnenclubje hebt. Op deze manier doorbreek je het isolement. Matanat is als ervaringsdeskundige dan ook erg welkom in onze werkgroep”.
Naast dit vrijwilligerswerk, is Matanat sinds februari 2010 werkzaam bij het Vrijwilligerssteunpunt Ommen. Uiteraard als vrijwilliger. Ze ondersteunt Thea van Diepen in haar administratieve werkzaamheden en zit regelmatig bij gesprekken met vrijwilligers die zich aanmelden. “Toen ik mijn certificaten voor de programma’s Microsoft Word en Excel in ontvangst nam werd ik gebeld door Thea. Ze vroeg of ik ervaring had met Word en Excel. Ik dacht dat ze een grap maakte, maar het bleek serieus: Ik kon gelijk bij haar aan de slag bij het vrijwilligerssteunpunt Ommen”. Volgens Matanat zijn er nog veel vrijwilligers nodig: “Er staan veel vacatures open en de vrijwilligers liggen niet voor het oprapen. We hopen dat er meer mensen zich willen aanmelden als vrijwilliger. De vacatures zijn zeer divers, van klusser tot bestuurslid”. 
Thea van Diepen beaamt dit ten zeerste: “Wij als vrijwilligerssteunpunt Ommen zijn vaak een belangrijke schakel tussen organisatie en vrijwilliger. De juiste mensen op de juiste plaats zien te krijgen. In tegenstelling tot de gewone arbeidsmarkt hebben wij een overschot aan vacatures. Een noodkreet aan de bevolking van Ommen om eens te gaan denken over vrijwilligerswerk is dan ook op zijn plaats vind ik. Samen moeten wij het doen”. Een kijkje op de website www.vrijwilligerssteunpuntommen.nl wordt door Thea dan ook van harte aanbevolen.
Matanat is zeer vereerd door het feit dat zij de eerste oorkonde als vrijwilliger in de maand mag ontvangen: “Het komt voor mij als een complete verrassing”. Thea van Diepen benadrukt dat Matanat een voorbeeld voor het vrijwilligerswerk is: “Belangeloos en er toch belang bij hebben, dat is de kracht van vrijwilligerswerk. Voor de financiën hoef je het niet te doen, maar een schat aan ervaring en een goed gevoel is toch niet in euro’s uit te drukken”.
Vrijwilliger van april
door Ruud Hendriks
De meeste clubs en verenigingen draaien op het reilen en zeilen van hun vrijwilligers. Bij de voetbalclub OVC’21 is het al niet anders.Renske van Ommen is één van die vrijwilligers die zich druk inzet voor haar club. Afgelopen jaar werd ze gehuldigd voor haar 25 jarig jubileum als lid van de club. Maar als vrijwilliger is ze al van jongs af aan betrokken bij OVC’21.

Als klein kind kwam Renske al in aanraking met voetbal. “Mijn ouders waren altijd op het voetbalveld en ik ging al in de kinderwagen mee naar het veld”. In de eerste jaren was het vooral supporteren wat Renske deed voor haar clubje destijds nog VV Ommen geheten. “Ik was er gewoon altijd, ging samen met mijn ouders naar de wedstrijden en trainingen. Op een gegeven moment ben ik gevraagd of ik in het keetje op het sportpark in het Laer snoep en drinken wou verkopen. Nou dat deed ik graag, want vanaf daar heb je een prachtig zicht op het veld” verteld Renske hoe ze met haar vrijwilligerswerk begon. Toen VV Ommen verhuisde van het Laer naar de Rotbrink. Werd het keetje vervangen door een kantine. In de kantine ging Renske bardiensten draaien. “Dat heb ik heel lang gedaan. Ik heb zelfs nog met mijn moeder achter de bar gestaan” aldus Renske.
Na jaren achter de bar te hebben gestaan is Renske een tijdje weg geweest uit Ommen. Maar eenmaal terug zette ze zich al weer druk in voor VV Ommen. “Ik had destijds net mijn rijbewijs dus reed ik mee met de jeugdspelertjes”. Naast het rondrijden met de jeugdspelers pakte Renske ook de bardiensten al snel weer op. Toen haar man ook in Ommen bij de voetbal kwam was ze natuurlijk elke zondag weer langs de lijn te vinden. “Op een gegeven moment werd ik door de penningmeester gevraagd of ik hem kon opvolgen” vertelt Renske over het vervolg van haar vrijwilligerswerk. “Ik heb me eens in het werk verdiept en het leek me wel leuk om te doen en zo ben ik in het bestuur gekomen” aldus Renske. Om penningmeester te worden moest ze wel lid worden van de KNVB dus vanaf 23 augustus 1984 was ze officieel lid. Afgelopen jaar werd ze dan ook gehuldigd voor haar 25 jarige lidmaatschap bij de club. “Maar eigenlijk zet ik me al langer in voor de club dan dat ik lid ben”zegt Renske.
Na een aantal jaren als penningmeester besluit Renske te stoppen met haar bestuurlijk taken. Maar ze ging wel door met haar bardiensten. “Want ik kan de club niet loslaten hoor”verteld Renske lachend. In 1999 kwam ze alweer terug in het bestuur nu als voorzitster van de clubhuiscommissie. Nadat in 2004 de structuur veranderde en het bestuur werd teruggebracht tot 5 personen ging ze verder als secretaris. Ondanks dat ze dit nog steeds leuk vind heeft Renske besloten dat dit haar laatste seizoen is in het bestuur van Ommen. Door alles wat ze doet voor haar club, tegenwoordig OVC’21 geheten, heeft ze weinig tijdom ontspannen naar het voetbal te kijken. “Maar ik ga het wel heel erg missen. Maar je kunt beter stoppen als je het nog leuk vind dan een half jaar tegen je zin in doorgaan” verklaart Renske haar keuze. “Ik heb jaren met plezier in het bestuur gezeten ook dankzij de steun van mijn man maar nu wil ik het even een paar jaar van de zijlijn bekijken”.
De reden dat Renske zich jarenlang inzet voor de club ligt in haar jeugd. “Thuis waren we gewoon altijd actief mijn moeder zat in het schoolbestuur terwijl mijn vader onder andere in het bestuur van de voetbal zat. Doordat zij er druk mee waren ga je vanzelf helpen. Je brengt een keer wat clubbladen rond en doet wat brieven op de post. En als er loten of koeken verkocht moesten worden dan ging je vanzelfsprekend mee ook al zat je niet eens op voetbal”zegt Renske. “Het is natuurlijk ook leuk dat je als beloning mee naar naar een wedstrijd van FC Twente en daarna natuurlijk een patatje eten bij Nieuwbrug” haalt Renske enthousiast haar jeugdherinneringen op “Je hoorde er echt bij ook al voetbalde je zelf niet” aldus Renske
Ondanks dat ze een groot liefhebber van voetbal is en geen wedstrijd van OVC’21 wil missen heeft ze zelf nooit de behoefte gehad om te voetballen. “Toen ik op de Laarakkers school zat deden wij wel mee met het schoolvoetbal” verteld Renske enthousiast. “Mochten we met twee meisjes mee doen met de jongens dat was wel leuk maar ik had nooit de behoefte om zelf te gaan voetballen”. Ondanks dat Renske niet voetbalde blijft het voetbalvirus wel in de familie. “Mijn man voetbalde, en ook mijn broers. Mijn dochter voetbalt bij het damesteam van OVC’21 dus eigenlijk zijn wij echt een voetbalfamilie”. Haar dochter voetbalt sinds een paar jaar weer bij OVC’21 nadat daar het damesvoetbal weer is opgestart. “Ze heeft ook een paar jaar bij de buren gevoetbald maar toen OVC’21 ook met een damesteam kwam ging ze wel voor OVC’21 voetballen, want dat is toch ook haar club”. Het idee van het damesteam kwam niet van Renske maar toen ze ervan hoorde vond ze het wel een goed idee. “Dan ga je toch wel meedenken, rondkijken of je nog wat meiden kan vinden die mogelijk lid willen worden”. Ondanks de komst van het damesvoetbal is voetbal toch vooral een mannending. “Maar dat vind ik niet erg hoor”geeft Renske aan. “Bij het overleggen zijn mannen zakelijker en pakken snel door daar houd ik wel van”. Maar de komst van het damesteam verandert wel de sfeer in de kantine. “Maar ik vind het wel gezellig hoor al die dames in de kantine” aldus Renske.
In de periode dat Renske in het bestuur zat is wel at bereikt. “Maar dat komt niet alleen door mij hoor dat hebben we gezamenlijk gedaan en het is ook heel belangrijk dat we dat samen doen. We hebben een schitterend feest geregeld voor het 85 jarige bestaan met een grote verloting en Hans van Breukelen die kwam, daarnaast was ook de verhuizing naar het nieuwe sportpark Westbroek een flink gebeuren”vertelt Renske over enkele belangrijke daden van het bestuur. Waardering voor het vele vrijwilligerswerk dat ze doet vind Renske mooi. “Toen ik lid van verdiensten werd was dat een grote eer. Het is leuk om te horen dat andere het waarderen wat jij voor de club doet”. Toch heeft ze het idee dat lang niet iedereen door heeft hoeveel er eigenlijk moet gebeuren rondom een voetbalwedstrijd. “Veel spelers komen hun wedstrijdje spelen en gaan weer weg ze denken er eigenlijk niet bij na wat er allemaal moet gebeuren om de wedstrijden te kunnen spelen”legt Renske uit. “Om te zorgen dat de spelers het beter begrijpen en om hun te laten zien wat voor functies er zijn binnen een vereniging hebben wij voorlichtingsavonden gehouden”. Na trainingen ging het bestuur bij de verschillende senioren teams en de ouders van de jeugdteams langs. “We hadden een PowerPoint gemaakt om de leden te laten zien wat voor functies er zijn binnen de club en wat zij voor de club konden doen ”.Volgens Renske was deze actie een groot succes. “We hebben veel nieuwe vrijwilligers geworven met deze actie. Daarnaast hebben we ook de aanmeldingsformulieren aangepast zodat hierop aangegeven kon worden wat mensen voor de club wilden doen”. Om te zorgen dat de vrijwilligers zich gewaardeerd voelen wordt er jaarlijks een vrijwilligersavond georganiseerd. “Dat is mooi om te laten zien dat je het werk dat die mensen doen waardeert want je moet het toch met zijn allen doen. Bij veel clubs is vrijwilligerswerk al verplicht maar ik ben blij dat het bij ons nog niet zover is gekomen “verteld Renske
Wat Renske gaat doen als ze stopt met het bestuur weet ze nog niet. “Eerst maar eens een tijdje van de zijlijn toekijken, maar ik zal wel weer wat gaan doen want ik kan het niet loslaten misschien dat ik na een tijdje de bardiensten wel weer oppak”. Maar voorlopig richt ze zich vooral op het supporteren van haar clubje. “ik zal elke week nog gewoon voetbal kijken of ze nu thuis spelen of achter in Twente, en of ze nu slecht of goed spelen. Want als supporter moet je ze steunen in goede en slechte tijden” klinkt het uit de mond van de trouwe supporter.
OMMEN – Als asielzoekers in Nederland komen, zijn er veel instanties, die hun proberen te helpen om hun weg in Nederland te vinden. Maar misschien nog wel belangrijker dan deze instanties zijn de vrijwilligers, die hun best doen om de asielzoekers te helpen zich thuis te laten voelen.
Twee van die vrijwilligers zijn Jan en Sien van den Belt uit Ommen. Voor hun begon het allemaal op het station in Ommen. Daar ontmoetten ze een man uit Afghanistan. Hij moest met de trein naar Alkmaar en wist niet hoe dat ging. Dus zijn Jan en Sien tot Amersfoort met de man meegereisd. Later zijn ze die man weer tegengekomen in Ommen. ‘Toen hebben we hem uitgenodigd op de koffie en daarna heb ik wel eens geholpen met dingen vertalen en zo is het eigenlijk allemaal begonnen’, aldus Jan. Hoewel de Afghaan al weer snel vertrok, bleven Jan en Sien contact met hem houden.
Bij het koffiedrinken na afloop van de kerkdienst sprak Jan met een Afrikaanse man. ‘Daar ging ik wel vaker bij buitenlanders zitten, maar in het Armeens of Chinees spreken is moeilijk. Maar deze Afrikaanse man sprak vloeiend Engels. En hij is ook bij ons op visite gewest en wij zijn bij hem in de caravan geweest. De man wou graag aan het werk, maar daar moest hij eerst Nederlands voor leren. Dus heb ik hem les gegeven. Ik had maandagmiddag vrij en dan gaf ik hem Nederlandse les’.
Door het vele contact, dat Jan en Sien hadden met asielzoekers kwamen ze ook veel in het asielzoekerscentrum. ‘Als je daar komt, spreek je veel mensen en je hoort veel ellende. Ze leven met zes man in één caravan, delen met zijn tweeën een klein slaapkamertje en ze hebben geen enkele privacy’, vertelt Jan over zijn ervaringen in het asielzoekerscentrum. ‘Veel mensen zijn eenzaam en angstig over wat er met hun familie is gebeurd. Er is ook sprake van zelfmoordpogingen, doordat veel asielzoekers letterlijk hopeloos zijn;, volgens Jan.
Bij één van die hopeloze jongens is hij op bezoek geweest. ‘Hij zag het helemaal niet meer zitten’, vertelt Jan. ‘Maar hij kon heel goed voetballen, dus heb ik hem kunnen overhalen om bij de voetbal te gaan, maar dan moest ik wel komen kijken’. Als Jan komt kijken bij de voetbal merkt hij dat de jongen telkens een halve wedstrijd op de bank zat. ‘Toen vroeg ik dus waarom zit jij toch telkens op de bank en hij zei dat hij zijn schoenen moest delen met een andere asielzoeker. Ach, toen heb ik voor die jongen maar een paar voetbalschoenen gekocht’.
Tegenwoordig woont hij in België en daar heeft hij een contract als voetballer binnen kunnen slepen. Jan pakt de map er weer bij en tovert een krantenknipsel tevoorschijn. Met een reactie van de jongen over een wedstrijd. Hij voetbalt daar nog steeds alleen nu even niet, want hij is vier wedstrijden geschorst, grapt Jan. Met die twee jongens heb ik nog altijd contact en zij komen hier ieder jaar nog Kerst vieren.
‘Het is mooi als je die mensen kan helpen door hun een luisterend oor te bieden’, aldus Jan. Ze vinden het heel fijn om bij ons op bezoek te komen en even in een normaal huis te zitten. Eén van de asielzoekers was zo enthousiast en zei: ‘Ik word weer mens’. Hij was helemaal verrast door het kunnen zitten op een gemakkelijke stoel en een kopje koffie en een glaasje wijn te drinken. Daarnaast zamelde ik kleding in voor die mensen. Ze waren er twee tengere Chinese meisjes. Die heb ik toen de tweedehands kleren van mijn buurmeisje gegeven. En hoewel ze alleen Chinees konden praten, was het mij duidelijk, dat ze het geweldig vonden’, herinnert Jan zich. Ook heb ik mensen geholpen met het verhuizen van hun spullen. Zo was er een Chinese familie, die verhuisd was naar een asielzoekerscentrum in Wapenveld. Daar vandaan moesten vrienden van hun naar de Achterhoek verhuizen. ‘Toen hebben de mij gebeld en ben ik naar Wapenveld gereden om de spulletjes naar de Achterhoek te brengen.
Op de vraag of hij waardering voelt voor de hulp die hij geeft, haalt Jan met een glinsterende blik in zijn ogen een map op met daarin brieven van de asielzoekers. Ze zijn hier nu vertrokken, maar denken nog steeds aan ‘pap’ en ‘mam’. Zoals de asielzoekers Jan en Sien liefkozend noemde. In de mao zitten veel geschreven brieven en beste vader en moeder kaartjes. Met trots laat hij wat brieven zien, waarin de asielzoekers zich zeer dankbaar tonen. ‘Het is mooi als ze contact blijven zoeken’, vindt Jan. ‘Van de week kreeg ik nog een brief van een asielzoeker uit Konden. Die durfde eigenlijk niet meer te schrijven, omdat hij zolang niets van zich had laten horen, maar heeft het uit beleefdheid dan toch maar gedaan’. Naast de brieven merkte Jan als de asielzoekers op bezoek waren, dat ze zeer dankbaar waren. ‘Eentje kwam een keer naar me toe en bedankte me voor alles wat ik gedaan had. Maar je moet hier niet mee stoppen, want je redt er levens mee, zei hij me’.
Toch zijn er ook mindere kanten aan het vrijwilligerswerk. ‘Je krijgt zo veel nare verhalen te horen, dat kan soms best wel eens teveel worden. Zo vertelde een man uit Liberia mij over de ellende, die hij had meegemaakt, dat ik mij er zelf ook slecht van voelde. Toen zei hij tegen mij: Taylor, destijds president van Liberia, moet je geen tweede overwinning gunnen’, vertelt Jan. ‘Als ik er ook ellendig van zou zijn dan wint Taylor opnieuw. Daar had hij wel een goed punt en het hielp me om wat makkelijker afstand te nemen van die mensen. Ik doe alles wat ik kan, maar ik kan ook niet alle problemen oplossen’.
Inmiddels heeft Ommen geen asielzoekerscentrum meer en zijn jan en Sien niet meer zo druk met de asielzoekers. ‘Na de sluiting bleef ik kleding krijgen. Dat bracht ik de eerste jaren naar Wapenveld, maar toen daar het kamp ook dicht ging, was het mooi geweest’, volgens Jan. ‘We hebben veel mensen en culturen leren kennen en het zorgde voor wat leven in huis, voornamelijk als we een grote groep Afrikanen hier hadden. Die brachten echt leven in de brouwerij met veel muziek en dans’, vertelt Jan enthousiast. ‘Maar nu is het mooi geweest en mogen anderen het overnemen.
Vrijwilliger van februari
Door Ruud Hendriks
In de kerk zijn naast de pastoor ook nog vele vrijwilliger actief om te zorgen voor de mede parochiaan. Eén van die vrijwilligers is Herman Lankhorst die zich al van kinds af aan vrijwilligerswerk doet voor de kerk.
“Maar ik ben niet alleen voor de kerk bezig” verteld Herman. "Ik controleer namelijk ook vleermuiskasten. Dan gaan we zaterdagochtend op pad in Eerde Achterbroek om daar te kijken hoeveel vleermuizen er in de kasten zitten”. Herman pakt er een boekje bij over vleermuizen. “Kijk dit zijn die betonkasten waarin ze zitten”. Op de foto staat een klein kastje die van boven op is zodat de controleurs de vleermuizen goed kunnen zien. “Dit controleren is een project omdat hier in de buurt ooit de zeldzame Bechstein vleermuis was gezien maar die hebben wij nog nooit gezien in die 5 jaar dat dit project bezig is. “Maar het is leuk om te doen want je komt op plekken waar bijna niemand mag komen en ja ik ben een echt buitenmens en ik vind het dan ook gewoon mooi om daar ’s ochtends te lopen”praat Herman enthousiast.
Toch merkt Herman wel dat de bezoekjes gewaardeerd worden. “Dat merk je vaak meteen veel mensen zijn blij dat je er bent. Vooral mensen die eenzaam zijn waarderen het als je langskomt. “Die zijn vaak zo blij dat ze iemand te praten hebben”, verteld hij enthousiast verder. “Zo bezoek ik een wat zwakker begaafde man met wie ik nog samen gewerkt heb bij de Larcom en die was altijd zo blij als ik kwam” verteld hij enthousiast verder. “Dan merk je toch wel dat het wordt gewaardeerd en ja voor die waardering doe je het wel een beetje” aldus Herman. Naast de bezoeken bij de ouderen en zieken bezorgt vutter Herman ook nog op aan vraag de hosties voor de parochianen. “Gelukkig zijn het er net zoveel dus dat valt wel mee want vaak willen ze toch ook nog wel even kletsen hoor”.
Herman is van jongs af aan al betrokken bij de kerk. “Ik was als kind al acoliet en dat doe ik nog steeds. Niet meer elke week alleen met speciale gelegenheden zoals een begrafenis” verteld hij. “Want de kinderen willen dat liever niet doen. Maar ja vroeger deed ik dat ook wel en ik heb daar toch ook niets aan overgehouden. Ik heb ook nog in het kerkbestuur gezeten “verteld hij verder. “Hoewel dat werk wat minder opvalt heb je toch het idee dat het gewaardeerd wordt. Natuurlijk scheelt het wel als iedereen binnen de kerk je kent” legt Herman uit.” Dan weten ze vaak ook wel wat je ervoor doet. Als je nieuw bent in Ommen dan zien ze niet dat je van alles doet voor de kerk. Maar de waardering van mijn werk in het kerkbestuur merk ik wel ook omdat ik in mijn tijd nog nooit een klacht heb gehoord, dan is het toch goed”verteld hij met een trots. “Ook heb ik nog een tijdje bestuur gezeten van de ouderen en bezoekgroep maar ik ga liever gewoon naar de mensen toe dan al dat gedoe eromheen”. Daarnaast gaat Herman ook nog de deuren langs om geld op te halen voor kerkbalans en hij helpt ook bij het onderhoud van de tuinen en de begraafplaats. Daarnaast is hij tijdens de Bissingh in de kerk aanwezig als die open is. “Ik leid dan geen mensen rond hoor maar als ze vragen hebben kunnen wij die beantwoorden en mocht dat een keer niet kunnen dan sturen we een briefje naar de pastoor. Maar dat komt niet zo vaak voor hoor, de meeste vragen weten we het antwoord wel op want de mensen stellen vaak de zelfde vragen zoals hoe oud de doopfond is en waar komt die vandaan”verteld hij.
Voor Herman is het heel normaal dat hij zoveel vrijwilligerswerk doet. “Je moet wat voor je medemens doen” vind ik altijd. “Of dat bij het geloof wegkomt ja daar komt het wel weg" Daarnaast speelde ook zijn opvoeding daarin een rol. Je bent ermee opgegroeid om te zorgen voor je medemens als er bij de buren iemand ziek was dan moest je daar voor zorgen. Dat was in die tijd gewoon” verteld Herman over zijn jeugd. Langzamerhand wil Herman echter wel een stapje terug zetten in zijn vrijwilligerswerk.” Kijk zolang ik fit en gezond blijf ik me wel inzetten voor de kerk. Maar als ik nu ergens voor gevraagd zou worden zal ik dat er niet meer bij doen”. Oer hoe het dan verder moet met het vrijwilligerswerk bij de kerk maakt hij zich wel zorgen. “Van de groep met wie wij de begraafplaats onderhouden zijn er al vier weg en nieuwe mensen staan er niet klaar en daar maak ik mij wel zorgen om vroeger was het normaal om vrijwilligerswerk te doen maar nu is iedereen te druk”maakt Hij zijn zorgen kenbaar. “Maar op dit moment hebben we nog wel veel vrijwilligers bij de kerk hoor”. Herman haalt een parochieboekje te voorschijn en wijst op de laatste bladzijde. “Kijk dit zijn allemaal mensen die wat doen voor de kerk maar hier staat lang niet iedereen in. De zangkoren worden niet eens genoemd en van onze werkgroep staat er bijvoorbeeld ook maar een iemand in maar er zijn zoveel meer mensen die wat doen voor de kerk”aldus Herman. . Want het zijn toch vooral vutters met veel tijd die zich nu voor de kerk inzetten en opvolgers zijn er niet. De nieuwe generatie is te druk. Mijn eigen kinderen doen ook geen vrijwilligers werk en dat is jammer, heel jammer” vindt Herman.